de economie
Waar is de economie eigenlijk voor?
Waarom moet de economie altijd groeien? Voor wie dat dan nodig, of nuttig? En hoe zorgen we ervoor dat de economie dan altijd maar groeit, en wat zijn daar dan de nadelen van? Hoe komt het dat de arbeidsproductiviteit in 50jaar tijd is verdubbeld maar mensen er niet minder door zijn gaan werken, of minder vervelend werk zijn gaan doen? En is de toegevoegde productiviteit eerlijk verdeeld onder de arbeiders die ze heeft toegevoegd? Of is alle productiviteit direct naar groei en winst gevloeid?
Laten we een heel simpel voorbeeld nemen:
de typist
Er is iemand die moet voor zijn/haar werk tekst typen. Vanuit de management laag wordt vertelt dat de productiviteit omhoog moet, dus de typist gaat op cursus. Na de cursus kan de typist twee keer zo snel typen! Fantastisch, lekker bezig. Aan het eind van de dag is de typist wel veel vermoeider, want het snel typen kost meer energie en meer concentratie. Maar het management is tevreden. Er komen twee keer zoveel teksten uit de ene arbeider.
Dan kunnen er een paar dingen gebeuren:
Optie 1: De baas van het bedrijf besluit meer teksten te gaan verkopen om meer winst te behalen, er worden immers meer teksten geproduceert in 1 dag. En die winst kan hij in zijn zak steken, of uitkeren aan eventuele aandeelhouders, uitgeven op een beurs door zelf aandelen te kopen, of een concurrent opkopen zodat het bedrijf groeit.
of
Optie 2: en dat gebeurt zelden tot nooit: De baas zegt: wat fijn, nou kan de typist de helft minder werken en de rest van zijn/haar tijd lekker ergens anders aan gaan besteden. Zoals: sport, vrijwilligers werk, politiek actief zijn, voor kinderen zorgen, kunst maken, een boek schrijven. De ruimte ontstaat voor wat Hannah Arendt action noemt, iets nieuws creëeren als ultieme expressie van vrijheid.
of
Optie 3: en dat gebeurt helaas wel vaak: de collega typist wordt ontslagen, immer produceert typist nummer 1 genoeg tekst, en kan typist 2 wieberen. De baas is minder arbeidskosten kwijt, de winst stijgt daardoor, en de productie blijft gelijk, typist nummer 1 wordt overwerkt, en typist 2 is werkeloos. De maatschappij mag hier inspringen met een helpende hand: er moet worden gezorgd voor typist nummer 2: een uitkering, hulp bij het zoeken van een nieuwe baan, en de economische prikkel om weer te groeien zodat er meer werkgelegenheid komt voor typist nummer 2. En vergeet typist nummer 1 niet, de kans dat die uitvalt met burn-out klachten, of een pees ontsteking in de pols is veel groter geworden. Ook daar mag de maatschappij dan weer voor klaar staan.
Lud
De luddieten hadden dit probleem goed door: laten we eerst met zijn alleen weer afspreken dat de economie voor ons welzijn bestaat, en wij niet voor de groei van de economie. En als er dan nieuwe technologie bedacht wordt, of op een andere arbeidsproductiviteit verhoging ontstaat, laten we met zijn allen, publiek maar ook in arbeidersverenigingen en cooperaties besluiten hoe we die technologie gaan inzetten, wat er de risico’s van zijn, wat er de gevolgen van zijn. Welke uitkomsten we wenselijk vinden en welke niet. Helaas hebben arbeiders op het moment bijzonder weinig macht, als de baas of de markt zegt dat een large language model het werk beter en goedkoper kan doen, dan worden ze ontslagen. Als een baas een machine koopt die het werk van een wever sneller kan doen, dan staat de wever op straat. De economie groeit, de baas wordt rijker, en de mens, de burgers, de arbeider, de maatschappij, die is weer de lul. De economie groeit, de winsten stijgen, het welzijn is bijzaak.
Leestip: Julius Van Daal - De woede van Ludd